Aandacht – verbinding

Aandacht hebben betekent: uw  interesse en uw zintuigen richten op. Waar u uw aandacht op richt, dit maakt een indruk in uw geest, in uw bewustzijn. Dus waar u de aandacht op richt, dit werkt op u in.

 Er is een innerlijke aandacht, een diep verlangen, om volmaakt te zijn in elk onderdeel van je leven. Wanneer uiterlijke aandacht verbonden wordt met de innerlijke aandacht – dit wil zeggen:  wanneer zij altijd oog heeft voor de volmaaktheid van het Universum – dan worden de elementen van de kosmische krachten opgenomen. Aandacht voor de kosmische krachten is het geheim van succes. Door een kalme, diepe aandacht van de geest voor de alles-doordringende Levenskracht, voor de goddelijke Aanwezigheid, wordt deze Levenskracht opgenomen en verlevendigt zij ons hele wezen.  (uit: ‘De Meesters van het verre oosten’ Baird T. Spalding)

Waar is mijn aandacht? Waarmee – met wie, met wat – verbind ik me? Een liefdevolle verbinding met de omgeving kan maar plaatsvinden als het vertrekpunt harmonieus is: als ik in liefdevolle verbinding ben met mezelf. We hebben niet alleen een fysiek lichaam, maar ook een gedachten­lichaam, een gevoelslichaam en een spiritueel lichaam; deze 4 beïnvloeden mekaar continu en worden beïnvloed door de omgeving..  Daarin – in een samenspel tussen die verschillende lichamen – speelt ons leven zich af: steeds wisselend, steeds evoluerend ….

Ik verbind mij met mijn lichaam: ik waardeer ik het, ik ben dankbaar voor wat mijn lichaam doet.  Ik geef liefdevolle aandacht, aanraking en energie aan mijn lichaam.

Ik verbind mij met mijn gevoel en emotiesik aanvaard wat ik voel, ik aanvaard dat ik soms afkeer, woede, verdriet, eenzaamheid… voel. Als ik ze wegduw, (negeren of weg redeneren) dan ontstaat er meer stress en ziekte in mijn lichaam. Ik wil mijn emoties en gevoel voelen, ik aanvaard wat ik voel. Als mijn emoties en gevoelens er mogen zijn en geaccepteerd worden, dan blijft de communicatie open: stress vermindert, het kan stromen en begrepen worden.

Ik verbind mij met mijn gedachten-lichaam: ik moet niet aan de verwachtingen van anderen of van God voldoen.  Anderen moeten niet aan mijn verwachtingen voldoen. Minder zelfkritiek. Gedachten komen en gaan. Ik mag mezelf zijn, meer zelfondersteunende gedachten doen wonderen. Zachte gedachten over mezelf maken dat ik ook zachter ben naar anderen.

Ik verbind mij met de universele Liefde. God houdt onvoorwaardelijk van mij, ik hoef daar niets voor te doen. God is het Leven in mij.. Ik word altijd geholpen, ik stel mij open.  We zijn allemaal onderweg. Zeg innerlijk: “Ook al …………. (vul in: storend/slecht gedrag van mezelf of van anderen), God houdt van mij, ik hou van mezelf. Naar anderen: God houdt van jou, je  ik hou van jou zoals je bent.” 

De verbinding met jezelf kan verdiepen door: aandacht geven aan het hier en nu / bewuste ademhaling/  zachte en bewuste aanraking / spreken met je Kern binnenin / jezelf en je hart prijzen om zoveel goedheid die je in je draagt / meditatie / het bewust en regelmatig opzeggen een intentie / zingen / regelmatig uitspreken waarvoor je op dit moment dankbaar bent.

Waar je de aandacht op richt, trek je aan. Tel je zegeningen en je zal versteld staan hoe rijk en gezegend je bent! En iedere energie van dankbaarheid maakt je nog meer open om het goede in je leven toe te laten.

sierlijke-lijn2

Gebed: God woont in deze heilige tempel

Een mooi gebed dat u elke dag kan zeggen is het volgende. Het is een aanpassing naar gebedsvorm van een tekst uit het boek ‘De Meesters van het Verre Oosten’. Ik vind het heel krachtig om je te verbinden met je eigen, ware Zelf en zo je zelfvertrouwen te versterken, om je dag blij en krachtig te beginnen.

Zeg met geheel uw hart, vol eerbied en overtuiging :

 “God woont in deze Heilige Tempel,

de tempel die mijn eigen reine lichaam is,

precies zoals het nu op deze dag is.

Ik, een ware Christus, verenigd met God,

woon in deze tempel.

En mijn verheerlijkte lichaam

is een heilige verblijfplaats die het al omvat.

Op dit ogenblik ben ik een energiegevende kracht, een vaatwerk,

waardoor het Goddelijke Principe heen stroomt.

Ik doe God steeds meer van mij uitstralen,

de God die ik ben en die ik lief heb.”

 

harttempel

 

Meditatie

De onophoudelijke stroom van mijn gedachten

de Bron hiervan is Vrede

De onophoudelijke stroom van mijn gevoelens en emoties

de Bron hiervan is liefde

De onophoudelijke stroom van geboorte en dood,

van afbraak en opbouw

de Bron hiervan is Leven

Ik verbind nu mijn aandacht met de Bron van Leven, Liefde, Vrede

In alle atomen van mijn structuur is Bronenergie aanwezig

Leven, Liefde,Vrede

Ik ben één met de Bron

Ik word geliefd door de Bron

Ik heb de Bron lief

Ik ben dankbaar

versieringske

Op weg naar kerstmis… Op weg naar je hart.

 

Jonge mensen zullen het wel niet meer weten, maar december is ‘adventstijd’, de tijd dat christenen uitkijken naar Kerstmis, het geboorte­feest van Jezus Christus. Gedurende 4 weken bereiden ze zich daarop voor. Uiteraard heeft dit kerstgebeuren vooral een symbolische betekenis,  en is het een verhaal dat ons op velerlei wijzen iets kan leren over de eigen spirituele ontwikkeling. Het volgende kan er één manier van zijn.

 Advent : je eigen weg naar Christus toe.

Je komt als mens op deze Aarde, een afgedaalde ziel vanuit andere sferen en bewustzijnsgebieden. Je wordt hier geboren in een 3D-wereld als weerloos kind met een verdoken bewustzijn, verdoken capaciteiten. Het kind moet (opnieuw) leren hoe het in deze wereld er aan toe gaat, hoe het er in kan functioneren. Het moet leren zijn meegekregen talenten, zijn eigen waarde en bewustzijn verder te ontwikkelen.

 

Op eerste niveau vergelijk ik het met ‘de HERDERS’ uit het kerstverhaal, stuit-milt-niveau, de 1ste en 2de week van de advent. Herders zijn eenvoudige mensen die leven in en van de natuur, vanuit een natuurlijke verbondenheid. Dat is ook de primaire les als men hier op Aarde incarneert: leren omgaan met je fysieke lichaam, het lichaam leren besturen in eerste instantie, het leren beheersen nadien. Het leren beheersen van de driften van het lichaam, maar er ook de kracht en de potenties ervan leren ontdekken. En de herders in het kerstverhaal hebben al goed geboerd: ze hebben een grote kudde, symbool voor de zaken die je in je leven realiseert, zowel op fysiek als psychologisch vlak.  Uiteindelijk, wanneer ze de ster zien = de instraling van het hart, zijn ze bereid de kudde, hun hebben en houden, achter te laten en die impuls te volgen. Uiteindelijk zullen ze het beste wat ze hebben – in het verhaal: melk en honing – aanbieden aan het hogere: de Christus in eigen hart. Meer kunnen zij niet doen, het is alles wat ze op hun niveau hebben en zijn en kunnen voortbrengen.  => Milt(chakra-)niveau: gezondheid, het lichaam zuiver houden, ontwikkelen, ver­edelen; met gedachten en gevoelens juist leren omgaan. De harmonie van denken – voelen – handelen geeft ware gezondheid!

herder

Maar de mens evolueert verder. Het volgende niveau wordt actief : solar-plexuschakra, ontwakende spiritualiteit, het verder proberen kijken dan het louter fysieke niveau van leven en overleven. De herder wordt ‘WIJZE’, 3de en 4de week van de advent. De Solar is een ruim en machtig gebied, de Genesisverwijzing ‘de mens zal heersen over de aarde’ verwijst hier naar: koning zijn over je eigen wezen!  De mens wordt stilaan bewust van zijn zonnekracht en het is de bedoeling (en doel) dat deze in 10 vlammen gaat uitstralen:

  1. verbinding met de aarde – mineralen, gronding.
  2. verbinding met het waterrijk – gevoel, flexibiliteit
  3. verbinding met het dierenrijk – ontwikkelen van deugden
  4. verbinding met het mensenrijk – écht mens worden, het dierlijke overstijgen.
  5. verbinding met het geestesrijk – ontstijgen van het fysieke, beperkende, eindige.
  6. het rijk van transformatie.
  7. het rijk van evolutie
  8. het rijk van vereeuwiging
  9. het rijk van het Zijn (totale Zijn)
  10. het rijk van het bewuste (bewust+zijn, het goddelijke)

Als men de contacten met al die gebieden heeft aangemaakt, is men werkelijk een zonne-mens, een koning, zoals de Wijzen uit het verhaal die van ver kwamen en machtig waren. Ze kwamen ook met een groot gevolg (d.w.z. ze hadden al veel gepresteerd!) Maar ook zij waren bereid hun land te verlaten en de Ster te volgen. Ook zij schonken het beste van wat ze hadden aan het Christuskind, de Meester van het hart.

Moeten wij al deze deugden reeds ontwikkeld hebben vooraleer we naar Christus toe mogen gaan? Neen, de herders werden even hartelijk ontvangen als de koningen. Allen die van goeie wil zijn worden geroepen, krijgen tekens op hun weg, waardoor ze de weg naar Christus vinden. Als je bereid bent het geschenk van Liefde ten volle te accepteren – de opstap te maken naar je hart – ben je welkom.  Als je bereid bent jezelf te accepteren zoals je bent, bereid overboord te gooien wat je verhinderd om naar je Christus toe te gaan, – symbolisch je kudde, je land achterlaten – en de Liefde en de Stem van je hart in je leven ruimte te geven, dan wordt je met open armen door het Christuskind ontvangen. 

Als je bereid bent om ook het beste wat je hebt, je talenten, je kracht en sterkte, ten dienste te stellen van de Christus, dan ontvang jij Zijn machtige, overvloedige gave van Liefde, waarbij al het andere in het niet verzinkt. Je mag vervuld worden met de vreugde en het vuur van de Christusliefde. Je wordt opgeladen en weer naar huis gezonden om daar met die Liefde, naargelang jouw capaciteiten, het weer door te geven, uit te delen. Het is geen ander leven, of hoéft het niet te zijn, het is jouw eigen leven, zoals uw hart het verkiest, dat je zal leven, maar nu op een andere, meer liefdevolle en HARTelijke manier. Je draagt immers het Christuskind mee in je hart en Hij doet het met jou, door jou en in jou. En de altijd toeziende Vader glundert in zijn baard!

Zalig Kerstmis !3koningen

Tijd en ruimte.

Wat wij ervaren als TIJD, zijn facetten uit de eeuwigheid waarin we kunnen ervaren: goed en minder goed, pijn en zegen, vreugde en verdriet, koud en warm, licht en duisternis …  Al deze ervaringsmomenten zijn dan ook facetten uit de totaliteit die in bepaalde verbanden, in bepaalde contexten, dit ervaringsgevoel in ons opwekken. Tijd is een deel van de realiteit. Dit wil zeggen: in dit tijdsaspect ondervinden wij een deel van het AL: een stukje re-al-i-teit. Het AL ervaren in een bepaald tijdsfragment noemen we ‘re-al-i-teit’. Het is nu aan de mens, aan zijn lichaam, aan zijn ziel en aan zijn geest, om deze veelvuldige realiteitsmomenten te toetsen, te confronteren, te spiegelen, te integreren in het bewustzijn dat hij ontwikkelt omtrent het AL  (= God, de eeuwige).

We komen een stap verder wanneer we vanuit dit begrijpen al onze ervaringen, al onze tijdsmomenten zien als kansen om het AL beter te leren kennen, om het AL aan te voelen, om het AL beter leren begrijpen. Onze ervaringen zijn deel-tijds: ze bekleden een stukje van de tijd,  ze kleuren een stukje van het AL zoals we het nú ervaren. Deel-tijds wil ook zeggen: onze ervaringen hebben slechts een deel van de tijd gekregen.  Met andere woorden: ze zijn tijdsgebonden, ze zijn gebonden aan een stukje tijd. Een eenvoudige illustratie hiervan:

Ik heb hele grote honger.  Ik ervaar een maag die knort, een verlangen naar voedsel. Ik eet een broodje. Ik ervaar smaak en een gevoel van vervulling. Enkele minuten later wordt ik opgebeld voor een sollicitatiegesprek.  Mijn gevoel van verzadiging omtrent het eten wordt nu overstemd door ander indrukken en impulsen …. Zo is eigenlijk héél ons leven een aaneenschakeling van beleefde tijdsmomenten in allerlei variaties: onaangenaam, aangenaam … Waar komt het nu op aan? Wij zijn mensen, kinderen van God die Hij uit het AL (de niet-scheppende wereld)  heeft geplaatst op deze tijdsverbonden planeet (in de geschapen wereld).  Hier kunnen we ervaren en mee-maken.

We waren ooit in het AL, in het Absolute, dat we ook het ZIJN kunnen noemen.  We waren in het ZIJN, in het AL; maar daar bestaat geen ervaren, geen groei, geen ondervinden, geen meemaken.  Meemaken ook in de zin van: iets méé kunnen máken, zelf iets mogen creëren.  We bestonden (en bestaan nog) in Zijn AL; maar God voelen, Hem begrijpen en Hem ervaren gaat stukje per stukje, deel per deel, en dat groeiproces (bewustwording) ervaren wij als TIJD.

graankorrel

Een voorbeeld ter vergelijking. Neem nu een tarwekorrel.  We leggen die op onze tafel en laten hem zo jaren liggen.  Hij kan jaren en jaren zijn, bestaan.  Maar hij staat dan symbolisch buiten de tijd: hij is, maar hij heeft geen ervaringen.  Wordt die tarwekorrel nu gezaaid, of gemalen tot meel, dan treedt hij uit het zijn in de ervaringswereld waar hij tijdaspecten ondergaat.  Hij gaat groeien, of hij rot, of hij wordt verwerkt tot brood …

Ons oorspronkelijk ZIJN zit nog in ons subjectief, ongezien, maar toch gevoeld en geweten in ons ge-weten.  Daarom zijn ook de basisbehoeften bij iedere mens dezelfde.  Ieder mens heeft nood aan fysiek welzijn, aan sociaal welzijn, aan spiritueel welzijn (de driehoek).  De manier waarop we vervulling zoeken in die verlangens verschilt wel van mens tot mens en van tijd tot tijd.  Maar deze oerbehoeften kunnen we niet negeren, ze zijn over heel de wereld dezelfde, ongeacht geslacht, opvoeding, ras of geboorteplaats.  Dit is in feite toch een bewijs dat we allen uit dezelfde bron voortkomen: het éne Zijn.  Deze oerherinnering aan het éne Zijn in Liefde doet ons allen zoeken en verlangen naar geluk.

De coherente kracht die het AL-ZIJN in éénheid bewaart noemen wij in onze taal LIEFDE.  Liefde wil zeggen dat alles (ieder deeltje) werk-zaam is tot het heil, tot welzijn van ieder deel-element in het grote geheel. God is die superintelligente Kracht die in Liefde alles coherent maakt, Die alles sámen houdt in maar toch een vorm van persoonlijke vrijheid. (aspect ruimte)

Een wel = een bron. / Het zijn = God  /  Wel-zijn = verbonden zijn met de Bron / Welzijn: bron-zijn.

Daarom zoeken we, of we dat nu beseffen of niet, of we willen of niet, naar WELZIJN: we verlangen bij God te zijn.  We verlangen het ZIJN te ervaren zoals we het in God hebben ervaren, en daar draagt ieder moment van ons leven toe bij.  Iedere seconde van ons bestaan verlangen we Hem te ervaren, verlangen we Liefde te ervaren, hópen we op welzijn.  Als we Liefde ervaren dan voelen we ons gelukkig. Als dit een héél intens ervaren is zeggen we soms wel eens: “Ik kan nu wel sterven.”  Omdat we in dit zalige moment het sterven dan zien als een terugkeer  naar de hemelse staat van WELZIJN.

In het ervaren van het ZIJN in het aspect TIJD ontwikkelen we een PERSOONLIJKHEID: het vermogen om bewust te zijn van onszelf.  Het begrijpen van  “ik, ik besta, ik ben … God gaf aan al Zijn Kinderen in het aspect tijd een verscheidenheid om Hem persoonlijk te kunnen leren kennen.  Deze verscheidenheid drukt zich uit in onze persoonlijkheid. Persoonlijkheid kreeg van God RUIMTE om te beleven, om te ervaren, om te confronteren, om te weigeren, om te accepteren…  Persoonlijkheid heeft nood aan tijd en ruimte om zichzelf te kunnen leren kennen, om zichzelf te ervaren, om zichzelf te uiten, om voor zichzelf een plaats te vinden. Onze persoonlijkheid ontwikkelt zich door zich te toetsen aan ander persoonlijkheden.  We hebben anderen nodig om te ervaren wie we zélf zijn, om te ervaren wat gemeenschappelijk is en wat persoonlijk is. Persoonlijkheid heeft van God tijd, ruimte en DIEPTE (of hoogte) gekregen om  identiteit te ontwikkelen. Diepte in de betekenis van: bewustzijn ontwikkelen omtrent aspecten voorbij de aardse, de gewone menselijke dimensies.  Diepte als: die aspecten van het ZIJN begrijpen die niet meer behoren tot de aardse facetten; maar die behoren tot de geestelijke werkelijkheden die moeilijk in aardse terminologie kunnen uitgedrukt worden.

IDENTITEIT ontstaat wanneer de persoonlijkheid zich gaat identificeren  met haar oorsprong, met haar Bron: God. Wanneer de persoonlijkheid totaal wordt overgegeven in een identificatie met de Bron, dan treedt men terug in het ZIJN (buiten tijd en ruimte).

identitiet