Licht

Almachtige God, aanwezig in mijn hart, omstraal mij met Uw gordel van Wit Licht.

Maak mij zo vermogend dat alleen het goeie mij kan doordringen.”

Meermaals bidden wij, in een of andere bewoording, omringd te mogen worden door Gods heilige en beschermende Licht.  Maar zijn we niet élk moment van ons bestaan ondergedompeld in Gods Licht?  Is heel onze dag niet licht en helder door het licht van de zon?  Ongevraagd, trouw en klokvast, is ze daar met haar magisch Licht.  We staan er niet stil bij, dat het licht ons steeds en overal omhult – álles omhult – en Licht, leven, Liefde geeft.  Ja, ook Liefde.

Want nog minder staan we er stil bij dat dit licht, dat ons laat zien, het Licht van God is, die in Zijn schepping straalt.  Dat het Licht de  stralende Liefde van God is voor Zijn schepselen.

L I CH T : gemanifesteerde Liefde van God.

Licht als ‘L’ :  Liefde en Wijsheid, ‘I’ : Levenskracht en Intelligentie, ‘CH’ : Christusenergie en –bewustzijn, ‘T’ : de Weg,  verbondenheid.

God laat ons zien door het Licht hoeveel Hij van ons houdt.  En wij, gevallen mensheid, zien het niet!  Hebben ogen en zien niet.  We zien niet dat de zon het uiterlijke symbool van de Vader is, die via Zijn stralen van Licht steeds met allen en alles verbonden wil zijn.  Die via het Licht steeds met ons verbonden IS, steeds bij ons is.  Elke gedachte, elke trilling, elke beweging is gegeven vanuit Hem, onze Bron en levenskracht, door het kanaal van het Licht.

Licht en Liefde,

Liefde en Wijsheid.

Intelligentie en Leven.

Bewustzijn en Eeuwigheid.

De Christus, de Liefde van God voor en IN de mens.

Maar ook toont het Licht ons, dat Liefde steeds aanwezig wil zijn, geen onderscheid maakt, en zich steeds voluit geeft.  Geeft, ook al wordt het niet erkend of aanvaard. Een zon blijft steeds geven, omdat ze weet: Liefde doordringt tóch alles en zelfs in het diepste duister een vonkje van Licht ontsteekt.

Dat Liefde een vonkje kan doen oplaaien tot een onblusbaar vuur, het grote Vuur, waaruit het Licht zelf geboren wordt, het Liefdesvuur van God, dat ook in allen en alles wil ontbranden en nieuwe stralen van Licht opwekken. Dat ook het kleine vonkje bewust wordt:

Maar ook toont het Licht ons, dat Liefde steeds aanwezig wil zijn, geen onderscheid maakt, en zich steeds voluit geeft.  Geeft, ook al wordt het niet erkend of aanvaard. Een zon blijft steeds geven, omdat ze weet: Liefde doordringt tóch alles en zelfs in het diepste duister een vonkje van Licht ontsteekt.

Dat Liefde een vonkje kan doen oplaaien tot een onblusbaar vuur, het grote Vuur, waaruit het Licht zelf geboren wordt, het Liefdesvuur van God, dat ook in allen en alles wil ontbranden en nieuwe stralen van Licht opwekken.

Dat ook het kleine vonkje bewust wordt:

 

Het volledige gebedje, dat als beschermende dagopening kan gebruikt worden en doorgegeven werd door Meester Germanus, luidt:

Alvermogende God, aanwezig in mijn hart !

Omstraal mij met Uw gordel van elektronisch Wit Licht.

Maak mij zo vermogend dat alleen het goeie mij kan doordringen.

Maar mij onzichtbaar, onoverwinbaar, onaantastbaar voor alles wat niet uit Uw Liefde, Uw Wijsheid en Uw Macht is.

Dank U, Alvermogende God, U hebt mijn aanroep gehoord.